AARDAPPELZIEKTES.NL

AARDAPPELZIEKTES

Aardappelziekte of phytophthora (fytoftora) is een plantenziekte op aardappelen en tomaten die veroorzaakt wordt door de oömyceet Phytophthora infestans, die een protist is. (Oömyceten lijken erg op schimmels maar zijn het niet, daarom worden ze wel pseudo-schimmels genoemd!)
Deze ziekte veroorzaakt knolrot en een bruinverkleuring en afsterving van de bladeren en stengels. Ook op tomaat kan deze ziekte voor vroegtijdige afsterving zorgen.
Omdat deze oömyceet zich in koude natte zomers snel kan verspreiden, veroorzaakt deze ziekte vooral veel schade in de landen met een vochtig zeeklimaat. In de jaren 1845 en 1847 was deze ziekte in Ierland oorzaak voor een regelrechte ramp. Vrijwel alle aardappeloogsten mislukten, er was hongersnood, de 'great famine' en vele Ieren emigreerden naar Noord-Amerika.

Biologie
Phytophthora infestans behoort tot een groep de oömyceten (lijken op schimmels) die zich onder natte omstandigheden onder meer kunnen verspreiden met zogenaamde zoösporen. Die sporen zijn voorzien van een flagel en kunnen zwemmen, waardoor ze zich veel makkelijker verspreiden. Andere ongeslachtelijke sporen kunnen door wind en regenspatten verspreid worden.
Gewoonlijk overwintert de ziekte in besmette knollen die achterblijven op het land. Daarom is het belangrijk dat er geen aardappelknollen in het land of op afvalhopen blijven liggen. Uit de geïnfecteerde knollen ontwikkelen zich planten die de ongeslachtelijke sporen (sporangia en zoösporen) opleveren. Uit deze sporen kunnen nieuwe infecties ontstaan als het gewas tenminste gedurende vier à acht uur nat blijft, de zogenaamde bladnat-periode, bij een relatieve luchtvochtigheid van meer dan 95%. Na infectie ontstaan bij een temperatuur van 12-24 graden Celsius binnen enkele dagen met het oog waarneembare symptomen op bladeren en stengels. Na binnendringing van de oömyceet in de plant duurt het 3 tot 5 dagen voordat er nieuwe sporen gevormd worden.
Tot de jaren tachtig was in Europa alleen het zogenaamde A1 type aanwezig. Door de introductie van nieuwe A1 en A2 paringstypen in Europa is nu ook de geslachtelijke fase van de ziekte, die in tegenstelling tot de sporangia en zoösporen gedurende een lange periode buiten de waardplant in leven blijven en minstens drie jaar in de grond overleven. De zoösporen spelen waarschijnlijk pas later in het seizoen (eind juni - begin juli) een rol.

Deze domeinnaam kopen of huren? geef hier uw bod